
Voordat ik hierop antwoord geef moet ik eigenlijk bij het begin beginnen. Mijn ouders waren Nederlanders en woonden in het Bezuidenhout in Den Haag. Zij zijn na de oorlog (1950) met 4 kinderen geëmigreerd naar Nieuw-Zeeland. Daar zijn nog 2 kinderen geboren, waar ik er één van ben.
In Nieuw-Zeeland is het gebruikelijk dat jongeren op o.e.(overseas experience) gaan. Na een paar jaar gewerkt te hebben begon ik op mijn 23e mijn o.e. Samen met een vriendin (ook van Nederlands afkomst) kochten wij een enkele reis Amsterdam met de bedoeling om via Hawai door Amerika te reizen. Wat eerst twee weken zouden worden in Hawai werd een maand en drie maanden in Amerika werd al gauw een jaar. Daar hebben wij een oude Chevy Van gekocht en met een matras en kookstelletje achterin hebben wij een reis zigzag (van Californië tot Montreal) door Amerika gemaakt. Uiteindelijk verliep mijn visum en omdat mijn vriendin nog een jaar in Amerika wilde blijven besloot ik alleen naar Nederland te komen. Dus, met 1 koffer en 5 woorden Nederlands kwam ik aan met de bedoeling om familie te ontmoeten, te werken en te reizen. Omdat we in Nieuw-Zeeland verder geen familie hadden heb ik mijn familie in Nederland altijd over geromantiseerd maar dat pakte in eerste instantie heel anders uit. Via een nicht ben ik al na een paar dagen aan Ron, mijn huidige man, voorgesteld. Zij kende Ron al vanaf zijn 7e jaar en daar zat ik, toen hij thuis kwam, gewoon op de bank. Makkelijk voor hem toch? Na diverse logeeradressen ben ik uiteindelijk na een half jaar met Ron gaan samenwonen. Ik heb het niet bepaald makkelijk gehad in het begin, de economie was slecht in de begin jaren tachtig en het was lastig om aan werk te komen. Maar ik ben een doorzetter, een echte Nederlandse dus! Als je in een andere land woont moet je je aanpassen en dat heb ik gedaan. In de avonduren heb ik Nederlands geleerd en na 5 jaar mijn MAVO-diploma behaald. Grappig dat ik, zwanger van mijn eerste kind, nog in de schoolbanken zat.
Eindelijk kreeg ik werk bij een ingenieursbureau waar ik met veel internationale collega’s het heel gezellig heb gehad. Na 14 maanden ben ik bij een internationale organisatie gaan werken waar ik mijn moedertaal elke dag kan spreken. Mijn antwoord op de vraag: “Hoe ben je hier terecht gekomen?” moet eigenlijk zijn: “Waarom ben je hier gebleven?” kan eigenlijk kort en bondig zijn: Door de liefde.
Ik ben in 30 jaar tijd 7x terug geweest. Ik geniet ervan om plaatsen te bezoeken waar ik goede herinneringen aan heb en uiteraard logeer ik bij familie. De familie is inmiddels uitgebreid met kinderen van mijn zus en broers en kleinkinderen. Helaas wonen 2 zussen van mij in Zuid-Afrika en Australië. Ook bezoek ik mijn vriendin waar ik mee op reis ging. Leuk om te vertellen is dat haar dochter nu door Europa haar “overseas experience” aan het beleven is en binnenkort bij ons komt logeren
Rond mijn 20e heb ik veel opgetrokken met een groepje duikers. In het weekeinde gingen we naar Kaeo, gelegen vlak bij Whangaroa (Northland). Dit ligt in een baai en is alleen per boot bereikbaar. We genoten daar van de rust, de vrijheid, het buiten zijn, de natuur, de dolfijnen, het zeilen en van het zelf klaarmaken van de vangst van de dag
Ja Zeker! Je moet er alleen wel de tijd voor nemen. Het is geen land om maar twee weken te zijn. De stranden, de wijngebieden en de bergen zijn prachtig, evenals het ruige zuiden en het stille noorden. Je komt veel Nederlanders tegen die daar wonen, dus pas op wat je zegt!
Mijn familie mis ik het meest. Gelukkig krijgen we altijd veel logees uit Nieuw-Zeeland. Eerst alle neefjes en nichtjes op “overseas experience” en toen die kinderen eenmaal de deur uit waren kwamen mijn broers en zussen logeren. Verder mis ik het gemak waarmee je daar een stuk grond kunt kopen om je eigen huis op te bouwen en ik mis de “simplicity”.
Qua eten mis ik een goede hartige “pie”, echte fish & chips (verpakt in krantenpapier) en vegemite, een soort marmite. Dat kan ik gelukkig kopen bij een Engelse winkel in Den Haag. Verder ben ik opgegroeid met de Hollandse pot - hutspot, erwtensoep, hachee en oliebollen op oudejaarsavond - dus dat hoef ik niet te missen.
Ik ben nog steeds nationalistisch. Op de nationale feestdag “Waitangi Day” op 6 februari hang ik de Nieuw-Zeelandse vlag uit. Dit doe ik ook als Nieuw-Zeeland moet voetballen bij het WK of - zoals nog niet zo lang geleden - bij de herdenking van de aardbevingen in Christchurch.
Mijn ouders hebben mij niet tweetalig opgevoed. Toentertijd werd dat afgeraden door de nonnen op school. Als je linkshandig was, moest je rechtshandig worden. Wat waren zij streng. Wel heb ik geprobeerd onze kinderen tweetalig op te voeden wat lastig werd toen mijn oudste (toen 2 1/2 jaar) zei dat ik niet zo raar moest praten. Grappig dat zij Engels spraken met een Nieuw-Zeelands accent toen zij klein waren.
Wat de Nieuw-Zeelanders vaak zeggen is: “She’ll be right mate”, wat neerkomt op: Alles komt goed. Mooi om mee te eindigen toch?